Openbaring
hoofdstukken 4:3-9
BasisBijbel
3Op die troon zat Iemand die leek op een jaspis of een sardius . Over de troon heen stond een regenboog, [ groen ] als een smaragd.
4Rondom de troon stonden nog 24 andere tronen. Op elke troon zat een gemeenteleider. Deze gemeenteleiders hadden witte kleren aan en een gouden kroon op hun hoofd.
5Uit de troon kwamen bliksemstralen en gerommel en donderslagen. Vóór de troon van God brandden zeven fakkels. Dat zijn de zeven Geesten van God.
6En vóór de troon lag iets dat leek op een zee van glas, zo helder als kristal.
7Het eerste wezen leek op een leeuw. Het tweede wezen leek op een jonge stier. Het derde wezen had het gezicht van een mens. Het vierde wezen leek op een vliegende arend.
8Elk wezen had zes vleugels. En elk wezen was van binnen en van buiten vol ogen. Dag en nacht riepen ze zonder ophouden: "Heilig! Heilig! Heilig is de Heer God, de Almachtige God, die was en die is en die komt!"
9De wezens eerden, prezen en dankten Hem die op de troon zat en die eeuwig leeft.