Openbaring
hoofdstukken 7:2-8
BasisBijbel
2En ik zag een andere engel komen van waar de zon opkomt. Hij had het stempel van de levende God bij zich. Hij riep luid tegen de vier engelen [ die de winden tegenhielden en ] die de macht hadden gekregen om de aarde, de zee en de bomen kwaad te doen:
3"Jullie mogen de aarde en de zee nog geen kwaad doen. Eerst moeten we een stempel zetten op het voorhoofd van de dienaren van God [ als bewijs dat ze van God zijn ]."
4Ik hoorde hoeveel mensen dat stempel zouden krijgen: 144.000 mensen uit alle stammen van het volk Israël kregen dat stempel op hun voorhoofd.
5Het waren 12.000 mensen uit de stam van Juda, 12.000 mensen uit de stam van Gad, 12.000 mensen uit de stam van Aser,
612.000 mensen uit de stam van Naftali, 12.000 mensen uit de stam van Manasse,
712.000 mensen uit de stam van Simeon, 12.000 mensen uit de stam van Levi, 12.000 mensen uit de stam van Issaschar,
812.000 mensen uit de stam van Zebulon, 12.000 mensen uit de stam van Jozef, en 12.000 mensen uit de stam van Benjamin.