2 Koningen
hoofdstukken 13:5-11
BasisBijbel
5Daarom gaf de Heer aan Israël een redder. Hij redde hen uit de macht van de koning van Aram en de Israëlieten konden weer rustig wonen.
6Toch bleven ze dezelfde slechte dingen doen die vroeger koning Jerobeam en zijn familie hadden gedaan. Ze gingen daar gewoon mee door. Ook bleef in Samaria de heilige paal staan.
7De koning van Aram had ervoor gezorgd dat Joahaz nog maar een klein leger had: 50 ruiters, 10 strijdwagens en 10.000 mannen te voet. De rest van het leger had hij gedood. Hij had hen totaal vernietigd.
8De rest van wat Joahaz allemaal heeft gedaan, met al zijn dappere daden, staat opgeschreven in de boeken met de geschiedenis van de koningen van Israël.
9Joahaz stierf en werd begraven in Samaria. Zijn zoon Joas werd na hem koning van Israël.
10Toen Joas 37 jaar koning van Juda was, werd Joas , de zoon van Joahaz, koning van Israël in Samaria. Hij regeerde 16 jaar.
11Hij leefde niet zoals de Heer het wil, maar deed dezelfde slechte dingen als vroeger koning Jerobeam, de zoon van Nebat, had gedaan. Hij ging daar gewoon mee door. En door zijn schuld deed Israël dezelfde slechte dingen als hij.