2 Koningen
hoofdstukken 21:21-26
BasisBijbel
21Hij deed dezelfde slechte dingen als zijn vader had gedaan. Hij aanbad dezelfde goden.
22Hij leefde niet met de Heer, de God van zijn voorvaders. Hij gehoorzaamde Hem niet.
23De dienaren van Amon smeedden een samenzwering tegen hem en vermoordden hem in zijn paleis.
24Maar het volk doodde daarna alle mannen die aan de samenzwering hadden meegedaan. Daarna kroonden ze Amons zoon Josia tot koning van Juda.
25De rest van wat Amon allemaal heeft gedaan, staat opgeschreven in de boeken met de geschiedenis van de koningen van Juda.
26Hij werd begraven in zijn graf in de 'tuin van Uzza.' Zijn zoon Josia werd na hem koning van Juda.