2 Kronieken
hoofdstukken 21:16-20
BasisBijbel
16De Heer zorgde ervoor dat de Filistijnen en de Arabieren die naast het land Ethiopië wonen, een oorlog begonnen tegen Joram.
17Ze vielen Juda binnen en roofden het hele koninklijk paleis leeg. Ze namen zelfs zijn vrouwen en zijn zonen mee. Joram hield alleen zijn jongste zoon Joahaz over.
18Daarna kreeg hij een ongeneeslijke darmziekte.
19Nadat hij ongeveer twee jaar ziek was geweest, kwamen door die ziekte zijn darmen naar buiten, zodat hij uiteindelijk stierf. Maar zijn volk stak voor hem geen vuur aan, zoals ze voor zijn voorvaders hadden gedaan toen die stierven.
20Joram was 32 jaar toen hij koning werd. Hij regeerde acht jaar in Jeruzalem. Hij stierf zonder dat iemand over hem treurde. Hij werd begraven in de 'Stad van David,' maar niet bij de andere koningen.