2 Samuel
hoofdstukken 10:8-14
BasisBijbel
8De Ammonieten stelden hun leger op bij de ingang van de stadspoort. De Arameeërs van Zoba en Rechob en de mannen uit Tob en Maächa bleven in het veld.
9Joab merkte dat hij van voren en van achteren aangevallen zou worden. Daarom koos hij de beste soldaten van Israël uit en zette hen tegenover de Arameeërs.
10Zijn broer Abisaï wees hij aan als aanvoerder over de rest van de mannen. Abisaï stelde zijn deel van het leger op tegenover de Ammonieten.
11Joab zei tegen Abisaï: "Als de Arameeërs te sterk voor mij zijn, dan kom jij mij helpen. En als de Ammonieten te sterk voor jou zijn, dan kom ik jou helpen.
12Wees vastberaden en laat zien dat we ons volk en de steden van onze God goed verdedigen! Als de Heer het wil, zal Hij ons de overwinning geven."
13Zodra Joab met zijn mannen de Arameeërs aanviel, sloegen deze voor hem op de vlucht.
14Toen de Ammonieten zagen dat de Arameeërs op de vlucht sloegen, vluchtten zij voor Abisaï. Ze trokken zich terug in de stad. Toen ging Joab terug naar Jeruzalem.