2 Samuel
hoofdstukken 13:9-15
BasisBijbel
9Toen zette ze het eten voor hem neer. Maar Amnon wilde niet eten. Hij stuurde iedereen de kamer uit.
10Daarna zei Amnon tegen Tamar: "Breng mij het eten hier in de slaapkamer. Dan kun je mij voeren." Tamar bracht de koeken die ze had klaargemaakt naar haar broer Amnon in zijn slaapkamer.
11Toen ze hem het eten aangaf, greep hij haar vast en zei tegen haar: "Kom bij me in bed."
12Maar ze zei tegen hem: "Nee, blijf van me af! Zoiets doe je niet in Israël.
13Doe me dat niet aan, want iedereen zal me nakijken. Ik zal te schande staan. En alle Israëlieten zullen jou een dwaas noemen. Ga alsjeblieft naar de koning en vraag hem of je met me mag trouwen. Ik weet zeker dat hij het goed zal vinden."
14Maar hij wilde niet naar haar luisteren. Hij verkrachtte haar, want hij was sterker dan zij.
15Direct daarna kreeg Amnon een grote afkeer van haar. Zijn afkeer was zelfs groter dan de liefde die hij eerst voor haar had gehad. Hij zei: "Ga weg!"