2 Samuel
hoofdstukken 15:27-33
BasisBijbel
27Toen zei de koning tegen de priester Zadok: "Jij bent toch profeet? Ga gerust terug naar de stad, met je zoon Ahimaäz, en Jonatan, de zoon van Abjatar.
28Ik zal in de woestijn aan de overkant van de beek wachten op berichten van je."
29Toen bracht Zadok samen met Abjatar de kist van God terug naar Jeruzalem. En ze bleven in de stad.
30David beklom huilend de helling van de Olijfberg. Hij had een doek om zijn gezicht geslagen en liep op blote voeten [ als teken van verdriet ]. Ook alle mensen die bij hem waren, hadden een doek om hun gezicht geslagen en huilden.
31Toen David hoorde dat [ zijn raadgever ] Achitofel was overgelopen naar Absalom, zei hij: "Heer, zorg er alstublieft voor dat Absalom niets doet met de raad die Achitofel hem geeft!"
32David kwam op de top van de Olijfberg, bij de offerplaats voor God. Daar kwam de Archiet Husai naar hem toe. Hij had zijn kleren gescheurd en aarde op zijn hoofd [ als teken van verdriet ].
33David zei tegen hem: "Als je met mij meegaat, is dat alleen maar lastig voor ons.