2 Samuel
hoofdstukken 22:11-17
BasisBijbel
11Hij reed op een engel,vloog op de vleugels van de wind.
12Hij verborg zich in diepe duisternis,zware regen en donkere wolken.
13Door het licht dat van Hem afstraalde,raakte gloeiende houtskool in brand.
14De Heer deed de donder klinken.De Allerhoogste God sprak met een stem als de donder.
15Hij schoot zijn pijlen af en mijn vijanden vluchtten weg.Hij slingerde zijn bliksem naar hen zodat ze in paniek raakten.
16De zeebodem viel droog,de fundamenten van de aarde werden zichtbaartoen Hij woedend tegen mijn vijanden tekeer gingen tegen hen blies met de adem van zijn neus.
17Hij stak uit de hemel zijn hand naar mij uit.Hij greep me en trok me op uit het diepe water.