2 Samuel
hoofdstukken 23:14-20
BasisBijbel
14David had zich verschanst in de grot in de bergen. Een afdeling Filistijnen bewaakte Betlehem.
15David had dorst. Hij zei dat hij erg graag water zou willen drinken uit de waterput bij de poort van Betlehem.
16Toen vochten de drie helden zich een weg dwars door het leger van de Filistijnen heen. Ze schepten water uit de put bij de poort van Betlehem en brachten het naar David. Maar David wilde het niet drinken.
17Hij goot het voor de Heer uit op de grond en zei: "Heer, hoe kan ik water drinken dat deze mannen met gevaar voor eigen leven hebben gehaald!" En hij wilde het niet drinken. Deze dingen hebben die drie helden gedaan.
18Abisaï, de broer van Joab, de zoon van [ Davids zus ] Zeruja, was de leider van de drie. Hij had ooit met zijn speer 300 mannen in één keer verslagen.
19Hij was één van de beroemdste van de 30 helden, maar niet zo beroemd als de eerste drie.
20Verder was er Benaja, de zoon van Jojada, uit Kabzeël. Ook hij had geweldige dingen gedaan. Hij had de twee grote helden van Moab verslagen. Ook liet hij zich op een dag dat er sneeuw lag, in een kuil zakken en doodde daarin een leeuw.