2 Samuel
hoofdstukken 3:31-37
BasisBijbel
31David zei tegen Joab en zijn mannen: "Scheur je kleren [ als teken van verdriet ], doe rouwkleren aan en loop huilend voor de draagbaar van Abner uit." Koning David liep achter de draagbaar aan.
32Toen Abner in Hebron begraven werd, huilde de koning luid bij het graf van Abner. En het hele volk treurde mee.
33De koning zong dit treurlied over Abner:
34Je handen waren niet gebonden,je voeten waren niet geboeid.Je bent laf vermoord,zoals iemand die gedood wordt door schurken."Daar werd iedereen nog bedroefder van.
35Daarna zeiden de mannen van David dat hij iets moest eten. Maar David zwoer: "Ik zweer bij de Heer dat ik tot zonsondergang helemaal niets zal eten."
36Ze vonden dat een goed antwoord. Ze vonden alles goed wat de koning deed.
37En zo begreep iedereen in Israël dat de moord op Abner niet door de koning beraamd was.