2 Samuel
hoofdstukken 3:32-38
BasisBijbel
32Toen Abner in Hebron begraven werd, huilde de koning luid bij het graf van Abner. En het hele volk treurde mee.
33De koning zong dit treurlied over Abner:
34Je handen waren niet gebonden,je voeten waren niet geboeid.Je bent laf vermoord,zoals iemand die gedood wordt door schurken."Daar werd iedereen nog bedroefder van.
35Daarna zeiden de mannen van David dat hij iets moest eten. Maar David zwoer: "Ik zweer bij de Heer dat ik tot zonsondergang helemaal niets zal eten."
36Ze vonden dat een goed antwoord. Ze vonden alles goed wat de koning deed.
37En zo begreep iedereen in Israël dat de moord op Abner niet door de koning beraamd was.
38De koning zei tegen zijn dienaren: "Begrijpen jullie wel dat er vandaag een groot man is gestorven in Israël? Abner was een held!