2 Samuel
hoofdstukken 3:35-39
BasisBijbel
35Daarna zeiden de mannen van David dat hij iets moest eten. Maar David zwoer: "Ik zweer bij de Heer dat ik tot zonsondergang helemaal niets zal eten."
36Ze vonden dat een goed antwoord. Ze vonden alles goed wat de koning deed.
37En zo begreep iedereen in Israël dat de moord op Abner niet door de koning beraamd was.
38De koning zei tegen zijn dienaren: "Begrijpen jullie wel dat er vandaag een groot man is gestorven in Israël? Abner was een held!
39Ik ben wel de koning, maar ik heb nog niet genoeg macht om Joab en Abisaï hiervoor te straffen. Zij hebben op dit moment meer macht dan ik. Maar de Heer zal hen ervoor straffen."