2 Samuel
hoofdstukken 3:9-15
BasisBijbel
9Ik zweer bij God dat ik ervoor zal zorgen dat wat de Heer aan David heeft gezworen, werkelijkheid wordt.
10Hij heeft gezworen dat Hij het koningschap zal afnemen van de familie van Saul en dat Hij het aan David zal geven. Hij zal David tot koning maken over heel Israël en Juda, vanaf Dan [ in het noorden ] tot Berseba [ in het zuiden ]. En ik zal ervoor zorgen dat dat ook gebeurt!"
11Isboset durfde niets meer te zeggen, want hij was bang voor hem.
12Toen stuurde Abner boodschappers naar David in Hebron en zei: "Van wie is het land? [ Van u toch zeker? ] Als u met mij een verbond sluit, zal ik u helpen om koning van heel Israël te worden."
13David antwoordde: "Goed, ik zal een verbond met je sluiten. Maar je mag alleen bij me komen als je [ mijn vrouw ] Michal, de dochter van Saul, meebrengt."
14En David stuurde boodschappers naar Isboset, de zoon van Saul, met de boodschap: "Geef mij mijn vrouw Michal. Ik heb immers voor haar een bruidsprijs betaald: 100 geslachtsdelen van Filistijnen."
15Toen liet Isboset haar weghalen bij haar man Paltiël, de zoon van Laïs.