Amos
hoofdstukken 1:3-9
BasisBijbel
3De Heer zegt: Ik ga de bewoners van Damaskus straffen, omdat ze zóveel vreselijke dingen hebben gedaan. Mijn besluit staat vast. Want ze hebben de bewoners van Gilead overwonnen en op een gruwelijke manier vermoord.
4Daarom zal Ik het paleis van koning Hazaël door oorlog verwoesten. De paleizen van koning Benhadad zullen afbranden.
5En Ik zal de grendels [ op de poortdeuren ] van Damaskus stukbreken. Ik zal de bewoners van de Avan-vlakte allemaal doden. Ook de koning in Bet-Eden. De bewoners van Aram zullen gevangen [ door Assur ] worden meegenomen naar Kir, zegt de Heer.
6De Heer zegt: Ik ga de bewoners van Gaza straffen, omdat ze zóveel vreselijke dingen hebben gedaan. Mijn besluit staat vast. Want ze hebben bewoners van mijn land gevangen meegenomen en als slaven verkocht aan Edom.
7Daarom zal Ik Gaza door oorlog verwoesten. De paleizen zullen afbranden.
8Ik zal alle bewoners van Asdod doden. Ook de koning in Askelon. Ook Ekron zal Ik verwoesten. Er zal geen Filistijn overblijven, zegt de Heer.
9De Heer zegt: Ik ga de bewoners van Tyrus straffen, omdat ze zóveel vreselijke dingen hebben gedaan. Mijn besluit staat vast. Want ze hebben alle bewoners van mijn land gevangen meegenomen en als slaven verkocht aan Edom. Ze hebben zich niets aangetrokken van het verbond dat ze hadden gesloten.