Daniël
hoofdstukken 2:37-43
BasisBijbel
37Mijn heer de koning, u bent een zeer machtig koning. Want de God van de hemel heeft u het koningschap gegeven en u machtig, sterk en beroemd gemaakt.
38U heerst over alle mensen, waar zij ook wonen, en over alle wilde dieren en de vogels. U bent dat gouden hoofd.
39Maar na u zal er een ander koninkrijk ontstaan, dat minder glorieus is dan dat van u. Daarna komt er nóg een rijk, een derde koninkrijk. Dat is het koninkrijk van koper. Het zal over de hele wereld heersen.
40Het vierde en laatste koninkrijk zal zo hard zijn als ijzer. IJzer kan alles verbrijzelen en verpletteren. Net als ijzer zal dit koninkrijk verbrijzelen en verpletteren.
41U zag de onderbenen met de tenen die voor een deel van klei en voor een deel van ijzer waren. Dat betekent dat dit laatste koninkrijk verdeeld zal zijn. Maar het zal zo sterk zijn als ijzer. Want u zag dat de benen en voeten van ijzer waren, vermengd met klei.
42De tenen waren voor een deel van ijzer en voor een deel van klei. De delen van dat koninkrijk zullen voor een deel zo hard zijn als ijzer, maar ook zo zwak zijn als klei.
43U zag dus dat ijzer vermengd was met klei. Het is een mengsel. Dat betekent dat de afstammelingen [ van het volk ] zich niet blijvend zullen mengen [ met het andere volk ]. Het mengsel kan niet echt één geheel worden. Net zoals ijzer niet één geheel wordt met klei.