Daniël
hoofdstukken 5:3-9
BasisBijbel
3De gouden en zilveren voorwerpen die uit de tempel van Jeruzalem waren meegenomen, werden binnen gebracht. De koning, zijn ministers en zijn vrouwen dronken eruit.
4Ze dronken wijn en prezen hun goden van goud, zilver, koper, ijzer, hout en steen.
5Op dat moment verschenen er op de muur van het paleis plotseling vingers van een mensenhand. Vlak bij de kandelaar schreven ze iets op de kalk van de muur. De koning staarde naar de schrijvende vingers.
6Hij werd lijkwit. Hij wankelde van angst en schrik en zijn knieën knikten.
7De koning schreeuwde dat zijn geleerden, tovenaars en waarzeggers moesten komen. Hij zei tegen hen: "Wie kan lezen wat daar op de muur is geschreven en kan uitleggen wat het betekent, krijgt van mij een kostbare paarse mantel en een gouden ambtsketen. En ik zal hem de op twee na hoogste heerser van mijn koninkrijk maken."
8De geleerden kwamen naar de koning. Maar niemand van hen kon lezen wat er op de muur stond of uitleggen wat het betekende.
9Koning Beltsazar was doodsbang en zag lijkwit. Zijn ministers werden er bang van.