Ester
hoofdstukken 9:13-19
BasisBijbel
13Ester zei: "Volgens het bevel mochten de Judeeërs zich alleen vandaag tegen hun vijanden verdedigen. Maar ik wil u vragen of de Judeeërs die in Susan wonen dat morgen alstublieft ook nog mogen. En ik wil graag dat de tien zonen van Haman opgehangen worden."
14De koning gaf bevel dat het zo moest gebeuren. Er kwam een wet dat de Judeeërs in Susan zich de volgende dag ook nog mochten verdedigen. En de [ lijken van de ] tien zonen van Haman werden opgehangen.
15Zo verzamelden de Judeeërs zich ook op de 14e dag van de maand Adar. Ze doodden in Susan nog 300 mannen. Maar ze wilden geen buit meenemen.
16De Judeeërs in de rest van het koninkrijk verzamelden zich op de 13e dag van de maand Adar en verdedigden hun leven. Zo kregen ze rust. Ze hadden 75.000 vijanden gedood. Maar ze wilden geen buit meenemen.
17Op de 14e dag rustten ze uit en vierden feest.
18Maar de Judeeërs in de stad Susan verzamelden zich op de 13e én de 14e dag van die maand. Op de 15e dag rustten ze uit en vierden feest.
19Daarom vieren de Judeeërs in de dorpen elk jaar de 14e dag van de maand Adar als een feestdag [ en de Judeeërs in de steden de 15e dag ]. Ook sturen de Judeeërs elkaar dan geschenken.