Ester
hoofdstukken 9:4-10
BasisBijbel
4Want Mordechai was een belangrijk man geworden in het paleis van de koning. En in alle provincies werd bekend wat hij had gedaan. Mordechai werd steeds machtiger.
5En de Judeeërs doodden heel veel van hun vijanden. Het werd een grote slachtpartij. Ze deden met hun vijanden wat ze wilden.
6Zo doodden de Judeeërs in de burcht Susan 500 mensen.
7Ook doodden ze Parsandata, Dalfon, Aspata,
8Porata, Adalja, Aridata,
9Parmasta, Arisai, Aridai en Vaizata.
10Dat waren de tien zonen van Haman die de vijand was geweest van de Judeeërs. Maar ze wilden geen buit meenemen.