Ezra
hoofdstukken 2:60-66
BasisBijbel
60Dat waren 652 mannen uit de families van Delaja, Tobia en Nekoda.
61Ook een aantal mannen uit de priesterfamilies, namelijk uit de families van Habaja, Koz en Barzillai. Barzillai was getrouwd met een dochter van [ een andere ] Barzillai uit Gilead. Hij was naar hem genoemd.
62Deze mannen konden niet bewijzen dat ze bij het volk Israël hoorden. Hun namen waren niet te vinden op de namenlijsten van Israël. Daarom werd tegen hen gezegd dat ze geen priester mochten worden.
63De leider [ Zerubbabel ] zei tegen hen dat ze daarom ook niet mochten eten van het allerheiligste deel van de offers dat voor de priesters was. Dat werd hun verboden totdat er weer een hogepriester zou zijn die met de Urim en Tummim de Heer om raad zou vragen.
64In totaal zouden er 42.360 mannen teruggaan.
65Verder nog 7337 slaven en slavinnen, en 200 zangers en zangeressen.
66Ze namen 736 paarden, 245 muil-ezels,