Ezra
hoofdstukken 2:63-69
BasisBijbel
63De leider [ Zerubbabel ] zei tegen hen dat ze daarom ook niet mochten eten van het allerheiligste deel van de offers dat voor de priesters was. Dat werd hun verboden totdat er weer een hogepriester zou zijn die met de Urim en Tummim de Heer om raad zou vragen.
64In totaal zouden er 42.360 mannen teruggaan.
65Verder nog 7337 slaven en slavinnen, en 200 zangers en zangeressen.
66Ze namen 736 paarden, 245 muil-ezels,
67435 kamelen en 6720 ezels mee.
68Toen ze in Jeruzalem aankwamen, gaf een aantal familiehoofden geld voor de tempel van de Heer die in Jeruzalem woont. Van dat geld zou de tempel op zijn oude plaats worden herbouwd.
69Ze gaven wat ze konden missen voor wat er nodig was voor het werk. Zo gaven ze 61.000 gouden Perzische munten en 5.000 ponden [ (2500 kilo) ] zilver. Ook 100 stel kleren voor de priesters.