Ezra
hoofdstukken 5:6-12
BasisBijbel
6De bestuurder Tatnai en zijn ambtenaren schreven een brief aan koning Darius.
7Ze vertelden daarin wat er was gebeurd:"Wij schrijven deze brief aan koning Darius en doen u de groeten.
8Wij laten u weten dat we naar de provincie Juda zijn gegaan, naar de tempel van de grote God. Deze tempel wordt herbouwd met grote stenen en de muren worden bedekt met hout. Het werk wordt goed en degelijk gedaan en het schiet goed op.
9Toen hebben we aan hun leiders gevraagd: 'Wie heeft jullie toestemming gegeven om de muren van deze tempel te herbouwen?'
10Ook hebben we hen om hun namen gevraagd. We kunnen u dus vertellen wie hun leiders zijn.
11Ze gaven ons het volgende antwoord: 'Wij zijn dienaren van de God van hemel en aarde. We herbouwen de tempel die lang geleden door een machtige koning van Israël was gebouwd.
12Maar onze voorouders hebben de God van de hemel kwaad gemaakt, doordat ze niet leefden zoals Hij het wil. Daarom gaf Hij hen in de macht van koning Nebukadnezar van Babel. Koning Nebukadnezar heeft deze tempel verwoest en het volk gevangen meegenomen naar Babel.