Genesis
hoofdstukken 1:15-21
BasisBijbel
15De lichten moeten aan de hemel staan en licht geven op de aarde." Wat Hij zei, gebeurde.
16God maakte de twee grote lichten. Het grote licht moest overdag schijnen, het kleine licht 's nachts. Ook maakte Hij de sterren.
17God zette de lichten aan de hemel om licht te geven op de aarde.
18Ze moesten verschil maken tussen de dag en de nacht, en tussen licht en donker. En God zag dat het goed was.
19Toen werd het avond en weer ochtend: de vierde dag was voorbij.
20En God zei: "Ik wil dat het water vol zit met dieren en dat er in de lucht boven de aarde vogels vliegen."
21Toen maakte God de grote en kleine zeedieren. Het water krioelde ervan. Hij maakte alle dieren verschillend, allemaal verschillende soorten. Ook maakte Hij allerlei vogels, allemaal verschillende soorten. En God zag dat het goed was.