Genesis
hoofdstukken 10:19-25
BasisBijbel
19De grens van het gebied van de Kanaänieten liep van Sidon in de richting van Gerar tot Gaza, in de richting van Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm tot Lasa.
20Dit waren de zonen van Cham. Ze woonden in verschillende gebieden, verdeeld volgens hun stammen en families, met allemaal een eigen taal.
21Ook Sem, de broer van Jafet, kreeg zonen. Sem was de oudste zoon [ van Noach ]. Sem was de overgrootvader van Heber.
22De zonen van Sem waren: Elam, Assur, Arpachsad, Lud en Aram.
23De zonen van Aram waren: Uz, Hul, Geter en Mas.
24Arpachsad kreeg een zoon: Sela. Sela kreeg een zoon: Heber.
25Heber kreeg twee zonen: de ene heette Peleg [ (= 'scheiding') ], want in zijn tijd werd de aarde gedeeld. De andere zoon, de broer van Peleg, heette Joktan.