Genesis
hoofdstukken 11:6-12
BasisBijbel
6Hij zei: "Ze zijn nu één volk, met één taal. Niets zal onmogelijk voor hen zijn. Dit is nog maar het begin van al hun plannen. Daar zal Ik een eind aan maken.
7Laten We naar beneden gaan en hun taal in de war maken, zodat ze elkaar niet meer begrijpen."
8Zo verspreidde de Heer hen vandaar over de hele aarde. Ze stopten met de bouw van de stad.
9De mensen noemden de stad Babel [ (= 'verwarring') ] omdat de Heer daar de taal van de mensen verward heeft. Zo verspreidde de Heer hen vanuit die stad over de hele aarde.
10Dit is de familie van Sem.Toen Sem 100 jaar was, kreeg hij een zoon: Arpachsad. Dat was twee jaar na de overstroming.
11Sem leefde nog 500 jaar nadat Arpachsad was geboren en kreeg nog meer zonen en dochters.
12Toen Arpachsad 35 jaar was, kreeg hij een zoon: Sela.