Genesis
hoofdstukken 12:10-16
BasisBijbel
10Toen kwam er hongersnood in Kanaän. Daarom trok Abram naar Egypte. Daar wilde hij blijven wonen zolang er in Kanaän hongersnood was. Want het was een heel zware hongersnood.
11Toen hij bij de grens van Egypte kwam, zei hij tegen zijn vrouw Saraï: "Je bent een mooie vrouw.
12Als de Egyptenaren je zien, zullen ze mij vermoorden om met jou te kunnen trouwen. Ze zullen me doden omdat je mijn vrouw bent.
13Zeg daarom dat je mijn zus bent. Dan zullen ze me goed behandelen en me in leven laten."
14Toen Abram Egypte binnentrok, zagen de Egyptenaren dat Saraï een heel mooie vrouw was.
15De dienaren van de Farao vertelden hem over haar. Daarom liet de Farao Saraï naar zijn paleis brengen.
16En hij was goed voor Abram, omdat hij met Saraï wilde trouwen. Hij gaf hem schapen, koeien, ezels, slaven, slavinnen, vrouwtjes-ezels en kamelen.