Genesis
hoofdstukken 17:5-11
BasisBijbel
5Vanaf nu heet je niet langer Abram [ (= 'geëerde vader') ], maar Abraham [ (= 'vader van heel veel volken') ]. Want Ik maak van jou een vader van heel veel volken.
6Ik zal ervoor zorgen dat je een heel grote familie krijgt en dat er volken uit je zullen ontstaan. Er zullen zelfs koningen uit jou ontstaan.
7Mijn verbond met jou is ook een verbond met je hele familie ná jou. Het is een eeuwig verbond. Zo zal Ik de God van jou én van je familie ná jou zijn.
8Ik zal jou en je familie ná jou het land geven waar je nu als vreemdeling woont. Ik zal jullie het hele land Kanaän geven. Het zal voor eeuwig jullie eigendom zijn. En Ik zal jullie God zijn."
9Verder zei God tegen Abraham: "Jij en je familie ná jou moeten je houden aan jullie deel van het verbond.
10Jullie deel is, dat alle mannen van je familie moeten worden besneden.
11Jullie moeten de voorhuid van je geslachtsdeel laten besnijden. Dat is het teken van het verbond tussen Mij en jullie.