Genesis
hoofdstukken 18:11-17
BasisBijbel
11Abraham en Sara waren al heel erg oud. Sara was allang te oud om nog kinderen te kunnen krijgen.
12Daarom lachte Sara in zichzelf en dacht: "Alsof ik nog naar mijn man zou verlangen, nu we allebei al zo oud zijn!"
13Toen zei de Heer tegen Abraham: "Waarom lacht Sara daar? Waarom zegt ze: 'Alsof ik nog een kind zou krijgen, terwijl ik al zo oud ben!'?
14Voor de Heer is niets te wonderlijk! Op de juiste tijd, over een jaar, zal Ik bij jullie terugkomen. Dan zal Sara een zoon hebben."
15Toen loog Sara en zei: "Ik heb niet gelachen." Want ze was bang. Maar de Heer zei: "Dat is niet waar. Je hebt wél gelachen."
16Toen vertrokken de mannen in de richting van Sodom. Abraham liep een eind met hen mee.
17De Heer dacht: "Ik zal niet voor Abraham verbergen wat Ik ga doen.