Genesis
hoofdstukken 2:7-13
BasisBijbel
7Toen de Heer God de hemel en de aarde maakte, maakte Hij ook de mens. Hij maakte hem van het stof van de aarde en blies de levensadem in zijn neus. Zo werd de mens een levend wezen.
8Ook maakte de Heer God een tuin in Eden [ (= 'prachtig') ], in het Oosten. Daar zette Hij de mens neer die Hij had gemaakt.
9Ook zorgde de Heer God ervoor dat daar allerlei bomen groeiden. Prachtige bomen met heerlijke vruchten. Midden in de tuin stonden de boom van eeuwig leven en de boom van kennis van goed en kwaad.
10In de tuin van Eden was de bron van een rivier, die de tuin vochtig hield. Deze rivier splitst zich in vier andere rivieren.
11De eerste rivier heet de Pison. Hij stroomt om het hele land Havila heen, waar goud wordt gevonden.
12Dat goud is heel zuiver. Verder vind je daar ook balsemhars en sardonyx .
13De tweede rivier is de Gihon. Hij stroomt om het hele land Ethiopië heen.