Genesis
hoofdstukken 21:19-25
BasisBijbel
19Toen liet God haar zien dat er een waterput was. Ze vulde de zak met water en gaf de jongen te drinken.
20En God was met de jongen. Hij groeide op en woonde in de woestijn. Hij werd een boogschutter.
21Hij bleef in de Paran-woestijn wonen. Zijn moeder zocht een Egyptische vrouw voor hem uit.
22In die tijd zeiden [ koning ] Abimelech [ van de Filistijnen ] en zijn legeraanvoerder Pichol tegen Abraham: "God is met jou in alles wat je doet.
23Zweer nu bij God dat je mij en mijn familie niet zal bedriegen. Ik ben altijd goed voor jou geweest. Zweer dus dat je ook altijd goed voor mij en mijn familie zal zijn, zolang je als vreemdeling in mijn land woont."
24Abraham antwoordde: "Ik zweer het."
25Maar Abraham zei ook tegen Abimelech dat Abimelechs herders hem een waterput hadden afgenomen. Ze hadden die put met geweld afgenomen van [ de herders van ] Abraham.