Genesis
hoofdstukken 21:2-8
BasisBijbel
2Sara raakte in verwachting en kreeg een zoon. Zo kreeg Abraham een zoon toen hij al oud was. Hij kreeg hem op de tijd die God had genoemd.
3Abraham noemde zijn zoon Izaäk [ (= 'gelach') ].
4Hij besneed zijn zoon Izaäk toen hij acht dagen oud was, zoals God hem had bevolen.
5Abraham was 100 jaar toen Izaäk werd geboren.
6En Sara zei: "God heeft ervoor gezorgd dat ik weer kan lachen. En iedereen die het hoort, zal met mij mee lachen.
7Wie had ooit tegen Abraham durven zeggen: 'Sara zal een kind krijgen'? Toch heb ik een zoon gekregen, ook al zijn we allebei al oud."
8Het kind groeide op. Op een dag was het oud genoeg om vast voedsel te leren eten en hoefde het geen melk meer te krijgen. Om dat te vieren, hield Abraham een feestmaaltijd.