Genesis
hoofdstukken 21:29-34
BasisBijbel
29Abimelech vroeg hem: "Waarom zet je die zeven lammetjes apart?"
30Abraham antwoordde: "Ik wil dat je die zeven lammetjes persoonlijk van mij aanneemt. Met die lammetjes zeg ik jou dat ik deze waterput heb gegraven."
31Daarom wordt die plaats [ sindsdien ] Berseba [ (= 'bron van de eed') ] genoemd, omdat die twee mannen daar een eed hebben gezworen.
32Zo sloten ze bij Berseba een verbond. Daarna vertrokken Abimelech en zijn legeraanvoerder Pichol. Ze gingen terug naar het land van de Filistijnen.
33Abraham plantte bij Berseba een boom en aanbad daar de Heer, de Eeuwige God.
34Abraham bleef lang als vreemdeling in het land van de Filistijnen wonen.