Genesis
hoofdstukken 24:22-28
BasisBijbel
22Toen de kamelen klaar waren met drinken, gaf de man haar een gouden oorring die wel een halve sikkel [ (5½ gram) ] woog en twee gouden armbanden die ieder 10 sikkels [ (110 gram) ] wogen.
23Want hij had gevraagd: "Vertel me eens, wie is je vader? En kunnen we bij hem blijven slapen? Heeft hij daarvoor voldoende plaats?"
24Ze had hem geantwoord: "Mijn vader heet Betuël. Hij is de zoon van Milka, de vrouw van Nahor.
25We hebben meer dan genoeg stro en voer, en ook plaats om te blijven slapen."
26Toen knielde de man voor de Heer op de grond, boog zich diep en zei:
27"Prijs de Heer, de God van mijn heer Abraham. Want Hij is goed geweest voor mijn heer. Hij heeft mij naar het huis van de broer van mijn heer gebracht."
28Het meisje liep snel naar huis en vertelde wat er was gebeurd.