Genesis
hoofdstukken 25:10-16
BasisBijbel
10Die akker ligt bij Mamré. Het is de akker die Abraham van de Hetieten had gekocht. Daar werd hij begraven bij zijn vrouw Sara.
11Na Abrahams dood zegende God zijn zoon Izaäk, die bij de put Lachai-Roï woonde.
12Dit is de familie van Ismaël, de zoon van Abraham en de Egyptische vrouw Hagar. Hagar was de slavin van Sara.
13Dit zijn de namen van de zonen van Ismaël, in de volgorde waarin ze geboren waren: Nebajot, de oudste zoon. Verder Kedar, Adbeël, Mibsam,
14Misma, Duma, Massa,
15Hadar, Tema, Jetur, Nafis en Kedma.
16Dit zijn de twaalf zonen van Ismaël. Hun dorpen en tentenkampen zijn naar hen genoemd. Elke zoon was koning van zijn stam.