Genesis
hoofdstukken 25:24-30
BasisBijbel
24Toen de tijd van de zwangerschap om was, kreeg ze inderdaad een tweeling.
25De eerste die tevoorschijn kwam, had rood haar en was zo harig als een vacht. Ze noemden hem Ezau [ (= 'harig') ].
26Daarna kwam zijn broer tevoorschijn. Zijn hand hield de hiel van Ezau vast. Ze noemden hem Jakob [ (= 'verdringer') ]. Izaäk was 60 jaar toen ze geboren werden.
27Toen de jongens opgroeiden, werd Ezau een man die goed was in jagen. Hij was graag buiten in het veld. Maar Jakob was een stille, rustige man die graag bij de tenten bleef.
28Izaäk hield [ het meest ] van Ezau, want hij at graag gebraden wild. Maar Rebekka hield [ het meest ] van Jakob.
29Op een keer kwam Ezau hongerig van de jacht terug, toen Jakob net een maaltijd had gemaakt.
30Toen zei Ezau tegen Jakob: "Geef mij eens iets te eten van dat rode spul daar, want ik ben moe." Daarom noemden de mensen hem Edom [ (= 'rood') ].