Genesis
hoofdstukken 25:29-34
BasisBijbel
29Op een keer kwam Ezau hongerig van de jacht terug, toen Jakob net een maaltijd had gemaakt.
30Toen zei Ezau tegen Jakob: "Geef mij eens iets te eten van dat rode spul daar, want ik ben moe." Daarom noemden de mensen hem Edom [ (= 'rood') ].
31Maar Jakob zei: "Alleen in ruil voor de rechten die jij als oudste zoon hebt."
32Ezau zei: "Ik sterf van de honger! Wat kunnen mij die rechten dan schelen?"
33Toen zei Jakob: "Zweer me eerst dat je ze aan mij geeft." Toen zwoer hij het. Zo gaf Ezau de rechten weg die hij als oudste zoon had. Hij gaf ze aan Jakob, in ruil voor een bord eten.
34Toen gaf Jakob aan Ezau het brood en de linzen die hij had klaargemaakt. Ezau at en dronk, stond op en ging weg. Zo liet Ezau zien dat de rechten die hij als oudste zoon had hem helemaal niet interesseerden.