Genesis
hoofdstukken 27:1-5
BasisBijbel
1Toen Izaäk oud was geworden, werden zijn ogen zó slecht, dat hij niet meer kon zien. Hij riep zijn oudste zoon Ezau: "Mijn zoon!" Ezau zei: "Ja, vader?"
2Hij zei: "Ik ben oud geworden en ik weet niet hoelang ik nog zal leven.
3Ga met je pijl en boog het veld in en schiet voor mij een wild dier.
4Maak daarvan een lekkere maaltijd voor mij klaar. Je weet wat ik lekker vind. Dan zal ik eten en daarna zal ik je zegenen, vóór ik sterf."
5Rebekka had geluisterd toen Izaäk met Ezau sprak. Ze wachtte tot Ezau het veld was ingegaan om een wild dier te schieten en het aan zijn vader te brengen.