Genesis
hoofdstukken 29:19-25
BasisBijbel
19Laban zei: "Ik kan haar beter aan jou geven dan aan een andere man. Blijf bij mij werken."
20Daarom werkte Jakob zeven jaar voor Laban om met Rachel te mogen trouwen. Die jaren leken voor hem maar een paar dagen, omdat hij van haar hield.
21Daarna zei Jakob tegen Laban: "Laat mij nu met je dochter trouwen, want de afgesproken tijd is om."
22Laban riep alle mannen van die plaats bij elkaar en hield een feestmaaltijd.
23Maar 's avonds bracht hij zijn dochter Lea naar Jakob, en Jakob ging met haar naar bed.
24En Laban gaf aan Lea zijn slavin Zilpa. Zo werd Zilpa de slavin van zijn dochter Lea.
25De volgende ochtend zag Jakob dat Lea bij hem lag. Toen zei hij tegen Laban: "Wat heb je me aangedaan? Ik heb toch om Rachel voor je gewerkt? Waarom heb je me dan bedrogen?"