Genesis
hoofdstukken 31:1-7
BasisBijbel
1Maar Jakob hoorde de zonen van Laban mopperen: "Jakob heeft onze vader alles afgenomen. Hij is rijk geworden van alles wat eerst van onze vader was."
2Ook merkte hij dat Laban niet meer zo vriendelijk naar hem keek als eerst.
3Toen zei de Heer tegen Jakob: "Ga terug naar je geboorteland en naar je familie. Ik zal met je zijn."
4Jakob liet Rachel en Lea naar het veld komen waar hij met zijn kudden was.
5Hij zei tegen hen: "Ik heb gemerkt dat jullie vader niet meer zo vriendelijk naar me kijkt als eerst. Maar de God van mijn vader is met mij geweest.
6Ook weten jullie zelf dat ik heel erg hard voor jullie vader heb gewerkt.
7Maar hij heeft mij bedrogen en mijn loon wel tien keer veranderd. Maar God heeft ervoor gezorgd dat ik daar geen last van had.