Genesis
hoofdstukken 31:14-20
BasisBijbel
14Toen antwoordden Rachel en Lea: "Hebben we nog iets met onze vader te maken? Er is ook niets meer van de erfenis over.
15Hij heeft ons verhandeld alsof we vreemdelingen waren. Ook heeft hij al ons geld opgemaakt.
16Maar alle rijkdom die God van onze vader heeft afgepakt, is [ nu ] van ons en onze kinderen. Doe dus wat God tegen je heeft gezegd."
17Toen maakte Jakob zich klaar om op reis te gaan en zette zijn kinderen en zijn vrouwen op kamelen.
18En zijn hele kudde en alles wat hij verder had verdiend in Paddan-Aram, nam hij mee. Zo ging hij op weg naar zijn vader Izaäk in Kanaän.
19Laban was op dat moment niet thuis. Hij was vertrokken om zijn schapen te scheren. Rachel kon daardoor ongemerkt de godenbeeldjes van haar vader stelen.
20En Jakob kon ongemerkt bij Laban vertrekken, want hij vertelde hem niet dat hij vertrok.