Genesis
hoofdstukken 31:3-9
BasisBijbel
3Toen zei de Heer tegen Jakob: "Ga terug naar je geboorteland en naar je familie. Ik zal met je zijn."
4Jakob liet Rachel en Lea naar het veld komen waar hij met zijn kudden was.
5Hij zei tegen hen: "Ik heb gemerkt dat jullie vader niet meer zo vriendelijk naar me kijkt als eerst. Maar de God van mijn vader is met mij geweest.
6Ook weten jullie zelf dat ik heel erg hard voor jullie vader heb gewerkt.
7Maar hij heeft mij bedrogen en mijn loon wel tien keer veranderd. Maar God heeft ervoor gezorgd dat ik daar geen last van had.
8Als Laban zei: 'Jij mag de gespikkelde dieren als beloning hebben,' dan kregen alle dieren gespikkelde jongen. En als hij zei: 'Jij mag de gestreepte dieren als beloning hebben,' dan kregen alle dieren gestreepte jongen.
9Zo heeft God het vee van jullie vader afgenomen en aan mij gegeven.