Genesis
hoofdstukken 31:43-49
BasisBijbel
43Toen zei Laban tegen Jakob: "Deze dochters zijn mijn dochters, deze kinderen zijn mijn kinderen en dit vee is mijn vee. Ja, alles wat je ziet is van mij. Ik zou mijn eigen dochters en de kinderen die ze hebben gekregen toch geen kwaad kunnen doen?
44Kom, laten jij en ik daarom samen een verbond sluiten."
45Toen nam Jakob een steen en zette die overeind, als teken van hun verbond.
46En Jakob zei tegen zijn familie: "Breng stenen hier." Ze haalden stenen en stapelden die op. Op die steenhoop aten ze met elkaar een [ verbonds ]maaltijd.
47Laban noemde de steenhoop Jegar-Sahaduta [ (= Aramees voor 'steenhoop die getuige is') ]. Jakob noemde hem Gilead [ (= Hebreeuws voor 'steenhoop die getuige is') ].
48Laban zei: "Deze steenhoop is vandaag getuige van het verbond tussen jou en mij." Daarom werd die steenhoop 'Gilead' genoemd.
49Ook noemde Laban hem Mizpa [ (= 'wachtpost') ]. "Want," zei hij, "de Heer houdt de wacht tussen jou en mij, wanneer we uit elkaar zijn gegaan.