Genesis
hoofdstukken 31:49-55
BasisBijbel
49Ook noemde Laban hem Mizpa [ (= 'wachtpost') ]. "Want," zei hij, "de Heer houdt de wacht tussen jou en mij, wanneer we uit elkaar zijn gegaan.
50Als je slecht bent voor mijn dochters of als je behalve mijn dochters nog andere vrouwen neemt, let op, al is er niemand bij ons, God zal zien wat er gebeurt."
51Verder zei Laban tegen Jakob: "Deze steenhoop en deze steen die ik overeind heb gezet tussen jou en mij, zijn onze getuigen van wat wij nu afspreken.
52Ik zal niet met slechte bedoelingen voorbij deze steenhoop naar jou toe komen. En jij zal niet met slechte bedoelingen voorbij deze steenhoop naar mij toe komen.
53De God van Abraham, de God van Nahor, de God van hun vader [ Terach ], zal Rechter over ons zijn." Toen zwoer Jakob bij de God voor wie zijn vader Izaäk diep ontzag had.
54En hij offerde op die berg een dier aan de Heer en nodigde zijn familie uit voor een [ verbonds ]maaltijd. Ze aten met elkaar en bleven die nacht op de berg.
55De volgende morgen omhelsde Laban zijn kleinkinderen en dochters en zegende hen. Toen ging hij terug naar huis.