Genesis
hoofdstukken 33:16-20
BasisBijbel
16Toen ging Ezau diezelfde dag weer naar Seïr terug.
17Maar Jakob trok naar Sukkot. Daar bouwde hij een huis voor zichzelf en zijn familie. Voor zijn kudden zette hij hutten neer. Daarom noemde hij die plek Sukkot [ (= 'hutten') ].
18Jakob kwam van zijn reis uit Paddan-Aram veilig aan bij de stad Sichem, in Kanaän. Hij ging in de buurt van de stad wonen.
19Het stuk grond waarop hij ging wonen, kocht hij voor 100 geldstukken van de zonen van Hemor. Eén van die zonen heette Sichem.
20Hij bouwde er een altaar en noemde dat altaar 'de God van Israël is God' [ (El-Elohe-Israël) ].