Genesis
hoofdstukken 35:13-19
BasisBijbel
13Toen ging God weer bij hem weg.
14Jakob zette een steen overeind op de plaats waar Hij met hem had gesproken, als een teken. Hij schonk er een offer van wijn en olijf-olie overheen.
15Hij noemde de plaats waar God met hem had gesproken Bet-El [ (= 'huis van God') ].
16Daarna vertrokken ze uit Bet-El. Toen ze vlak bij Efrat waren, kreeg Rachel een baby. De bevalling ging erg moeilijk.
17Daarom zei de vrouw die haar erbij hielp: "Wees niet bang, want je hebt weer een zoon."
18Kort na de bevalling stierf Rachel. Maar ze had haar zoon nog een naam kunnen geven. Ze noemde hem Ben-oni [ (= 'zoon van mijn pijn') ]. Maar zijn vader noemde hem Benjamin [ (= 'zoon van mijn rechterhand') ].
19Zo stierf Rachel. Ze werd begraven langs de weg naar Efrat (dat is Betlehem).