Genesis
hoofdstukken 35:14-20
BasisBijbel
14Jakob zette een steen overeind op de plaats waar Hij met hem had gesproken, als een teken. Hij schonk er een offer van wijn en olijf-olie overheen.
15Hij noemde de plaats waar God met hem had gesproken Bet-El [ (= 'huis van God') ].
16Daarna vertrokken ze uit Bet-El. Toen ze vlak bij Efrat waren, kreeg Rachel een baby. De bevalling ging erg moeilijk.
17Daarom zei de vrouw die haar erbij hielp: "Wees niet bang, want je hebt weer een zoon."
18Kort na de bevalling stierf Rachel. Maar ze had haar zoon nog een naam kunnen geven. Ze noemde hem Ben-oni [ (= 'zoon van mijn pijn') ]. Maar zijn vader noemde hem Benjamin [ (= 'zoon van mijn rechterhand') ].
19Zo stierf Rachel. Ze werd begraven langs de weg naar Efrat (dat is Betlehem).
20Jakob zette op haar graf een steen overeind. Die staat daar nu nog steeds.