Genesis
hoofdstukken 35:15-21
BasisBijbel
15Hij noemde de plaats waar God met hem had gesproken Bet-El [ (= 'huis van God') ].
16Daarna vertrokken ze uit Bet-El. Toen ze vlak bij Efrat waren, kreeg Rachel een baby. De bevalling ging erg moeilijk.
17Daarom zei de vrouw die haar erbij hielp: "Wees niet bang, want je hebt weer een zoon."
18Kort na de bevalling stierf Rachel. Maar ze had haar zoon nog een naam kunnen geven. Ze noemde hem Ben-oni [ (= 'zoon van mijn pijn') ]. Maar zijn vader noemde hem Benjamin [ (= 'zoon van mijn rechterhand') ].
19Zo stierf Rachel. Ze werd begraven langs de weg naar Efrat (dat is Betlehem).
20Jakob zette op haar graf een steen overeind. Die staat daar nu nog steeds.
21Daarna brak Israël zijn tenten af en zette ze aan de andere kant van Migdal-Eder weer op.