Genesis
hoofdstukken 35:18-24
BasisBijbel
18Kort na de bevalling stierf Rachel. Maar ze had haar zoon nog een naam kunnen geven. Ze noemde hem Ben-oni [ (= 'zoon van mijn pijn') ]. Maar zijn vader noemde hem Benjamin [ (= 'zoon van mijn rechterhand') ].
19Zo stierf Rachel. Ze werd begraven langs de weg naar Efrat (dat is Betlehem).
20Jakob zette op haar graf een steen overeind. Die staat daar nu nog steeds.
21Daarna brak Israël zijn tenten af en zette ze aan de andere kant van Migdal-Eder weer op.
22In de tijd dat Israël in dat land woonde, ging [ zijn oudste zoon ] Ruben naar bed met Bilha, één van Israëls bijvrouwen. Maar Israël kwam het te weten.
23Israël had twaalf zonen.De zonen van Lea waren: Ruben, de oudste zoon van Jakob, verder Simeon, Levi, Juda, Issaschar en Zebulon.
24De zonen van Rachel waren: Jozef en Benjamin.