Genesis
hoofdstukken 35:20-26
BasisBijbel
20Jakob zette op haar graf een steen overeind. Die staat daar nu nog steeds.
21Daarna brak Israël zijn tenten af en zette ze aan de andere kant van Migdal-Eder weer op.
22In de tijd dat Israël in dat land woonde, ging [ zijn oudste zoon ] Ruben naar bed met Bilha, één van Israëls bijvrouwen. Maar Israël kwam het te weten.
23Israël had twaalf zonen.De zonen van Lea waren: Ruben, de oudste zoon van Jakob, verder Simeon, Levi, Juda, Issaschar en Zebulon.
24De zonen van Rachel waren: Jozef en Benjamin.
25De zonen van Rachels slavin Bilha waren: Dan en Naftali
26De zonen van Lea's slavin Zilpa waren: Gad en Aser.Dit zijn de zonen die Jakob in Paddan-Aram heeft gekregen.