Genesis
hoofdstukken 35:23-29
BasisBijbel
23Israël had twaalf zonen.De zonen van Lea waren: Ruben, de oudste zoon van Jakob, verder Simeon, Levi, Juda, Issaschar en Zebulon.
24De zonen van Rachel waren: Jozef en Benjamin.
25De zonen van Rachels slavin Bilha waren: Dan en Naftali
26De zonen van Lea's slavin Zilpa waren: Gad en Aser.Dit zijn de zonen die Jakob in Paddan-Aram heeft gekregen.
27En Jakob kwam terug bij zijn vader Izaäk in Mamré bij Kirjat-Arba (dat is Hebron), waar Abraham en Izaäk als vreemdelingen hadden gewoond.
28Izaäk werd 180 jaar.
29Toen stierf hij, oud en tevreden over zijn leven. Zijn zonen Ezau en Jakob begroeven hem.